Leerling begeleiding

Verschillende fasen binnen de begeleiding

We onderscheiden binnen de begeleiding van onze leerlingen verschillende fasen. Het doel hiervan is proactief te kunnen handelen ten aanzien van de begeleiding zodat elk kind op tijd de begeleiding krijgt die het nodig heeft om naar vermogen te groeien en zich te ontwikkelen zowel cognitief, sociaal als creatief. Hiermee voorkomen we dat we “zorg” moeten gaan verlenen, ofwel wachten met handelen tot het moment dat een kind uitvalt. Het is belangrijk dat iedereen weet wanneer hij of zij een taak of verantwoordelijkheid heeft.

De begeleiding van leerlingen binnen de school kent verschillende niveaus:
1. Begeleiding binnen de groep
2. Begeleiding binnen de school – A. Interne begeleiding
3. Begeleiding binnen de school – B. Multidisciplinaire begeleiding-ZBO
4. Zorg binnen de school ter ondersteuning van het schoolse leren

Daarnaast is er ook nog de mogelijkheid dat de conclusie moet worden getrokken dat de leerling de beste begeleiding kan krijgen door te verwijzen naar een school voor Speciaal (Basis) Onderwijs. Dan is er sprake van niveau 5.

Overzicht van de fasen van begeleiding

Begeleidingsfase 1 – Begeleiding binnen de groep

  • De leerkracht geeft gedifferentieerd onderwijs volgens het directe instructiemodel en heeft duidelijke doelen per les geformuleerd in de week- en dagplanning
  • Er zijn globaal drie subgroepen in de groep met elk een eigen aanpak op instructiegebied
  • Leerlingen met speciale behoeften zijn gesignaleerd en opgenomen in de aanpak van één van de drie subgroepen
  • De leerkracht maakt een plan voor de juiste begeleiding van de leerling op basis van deze gegevens en integreert dit plan binnen de groepsaanpak
  • De leerkracht observeert of de aanpak voor deze leerlingen het gewenste resultaat oplevert = de leerlingen behalen de leerdoelen, die gelden voor de gehele groep
  • De leerkracht gebruikt de volgende instrumenten en gegevens om bij te houden in hoeverre alle leerlingen zich ontwikkelen naar verwachting:

–  observatie door de leerkracht tijdens de les

–  gegevens methode gebonden toetsen – welke onderdelen beheerst de leerling,

welke niet

–  resultaten CITO toetsen – is de leerling voldoende gegroeid in de

vaardigheidsscores (we hanteren de inspectienormen hiervoor)

–  het schriftelijk werk en foutenanalyse naar aanleiding van methodegebonden toetsen – op welke onderdelen maakt de leerling veel fouten, zijn de fouten consistent of niet

–  gesprekje met de leerling – weet de leerling zelf wat hij nodig heeft?

–  informatie van de ouder – heeft deze aanvullende informatie die handvatten in

de klas biedt?

–  overdracht of overleg met de leerkracht vorige groep – wat werkte bij de vorige

leerkracht, wat niet?

  • De leerkracht past zijn lesaanpak aan op basis van de verzamelde informatie, dit kan door:

–  inplannen van extra oefentijd

–  herhalingsles inplannen

–  meegeven van huiswerk

–  geven van extra instructie

–  uitbreiden van de basisstof met extra uitdagende oefeningen en opdrachten

–  vormen van maatjes binnen de groep

–  coöperatieve werkvormen etc.

  • De leerkracht houdt zorgvuldig in de klassenmap bij wanneer hij zijn aanpak bijstelt, waarom en welke leerlingen extra begeleiding nodig hebben bij het behalen van bepaalde doelen
  • Van kinderen die gesignaleerd zijn door de leerkracht en waarvoor een specifieke aanpak wordt uitgetest, wordt door de leerkracht bij de dagevaluatie vermeld hoe de aanpak werkt. Deze dagevaluaties worden samengevat in het leerlingdossier in ParnasSys onder notities bij de betreffende leerling.
  • De notities bestaan uit de volgende informatie:

     1.  Wat was de vraagstelling waarvoor een aanpak werd bedacht

     2.  Wat is er daadwerkelijk gedaan in de klas met deze leerling/observaties

     3.  Wat werkt van deze aanpak en wat niet

     4.  Welke onderwijsbehoefte lijkt deze leerling te hebben?

  • Drie keer per jaar is er een groepsbespreking waarbij de leerkracht met de intern begeleider de aanpak van de afgelopen periode bespreekt en in hoeverre de leerlingen de doelen hebben behaald en de aanpak heeft gewerkt:
  • 1) Na de herfstvakantie en voor de eerste ouder/kindgesprekken;
  • 2) Na de Cito-M-toetsen en voor de tweede ouder/kindgesprekken;
  • 3) Na de Cito-E-toetsen en voor de derde ouder/kindgesprekken;
  • De leerkracht geeft tijdens de groepsbespreking aan wat hij voor aanpak heeft gegeven, welke aanpassingen hij heeft gedaan binnen zijn aanpak en waarom en wat het effect hiervan is geweest
  • De groepsbespreking is de evaluatie van het onderwijs en groepsplan van de afgelopen periode. Op basis hiervan worden de doelen voor de volgende periode bepaald en de aanpak voor de hele groep en de subgroepen
  • De intern begeleider is verantwoordelijk voor het vastleggen van de evaluatie van de groepsbespreking

Kenmerkend voor fase 1

De begeleiding in fase 1 moet zodanig zijn dat alle leerlingen voldoende groei doormaken in hun ontwikkeling. Dat betekent dat alle leerlingen binnen hun niveau een stijging laten zien in hun vaardigheidsscores op de CITO toetsen die overeenkomt met de landelijk geldende normen. De leerkracht signaleert de leerlingen die niet volgens verwachting groeien na de hierboven beschreven aanpassingen in het programma. Voor deze leerlingen is extra begeleiding nodig. Dit is een reden om over te gaan naar fase 2 in het begeleidingstraject.

Begeleidingsfase 2 – Begeleiding binnen de school – interne begeleiding

Bij het handelingsgericht werken is het zo dat de groepsbesprekingen drie maal per jaar worden ingepland in de jaarplanning en dat uit deze groepsbesprekingen blijkt welke kinderen onvoldoende profiteren van onze begeleiding. Deze leerlingen moeten vervolgens worden besproken in de leerlingbespreking. Binnen het handelingsgericht werken vindt dan eerst een gesprek met de ouders plaats en de leerkracht vult een aanmeldformulier in voor de leerlingbespreking.

Wanneer het de leerkracht in de eerste fase niet lukt tot een geschikte aanpak te komen voor een individuele leerling, ondanks de bedachte aanpakken, worden de volgende vervolgactiviteiten ondernomen in fase 2:

  • De leerkracht bespreekt de leerling en zijn eigen begeleidingsvraag met collega’s. Deze geven vanuit de eigen professionaliteit en ervaring advies voor een geschikte aanpak. Stappen zijn:

–   Aanleiding voor bespreken van deze leerling. Waarom wil ik deze leerling nu

bespreken?

–   Wat gaat goed, wat moeilijk, wat kan de reden zijn en welke oplossingen heb ik

al bedacht?

–   Welke vragen heb ik aan mijn collega’s?

–   Wat wil ik bereiken met de bespreking van de leerling?

  • Wanneer de leerkracht een geschikt advies krijgt, gaat hij de aanpak starten in de klas. Zie ook fase 1.
  • Wanneer er geen geschikt of nieuw advies wordt gegeven, gaat de leerkracht over naar het aanmelden bij de intern begeleider. Dit gebeurt op de volgende manier:

1.  De leerkracht zorgt er vóór aanmelding voor dat alle notities zijn

verwerkt in ParnasSys (leerlingvolgblad) zoals beschreven in fase 1;

2.  De leerkracht meldt de leerling aan bij de IB-er minimaal een week voor de

bespreking op woensdag; overdag tijdens de gymuren voor de groepen 3 t/m 8

en na schooltijd voor de groepen 1/2.

3.  De IB-er bereidt de leerlingbespreking voor door de gegevens in ParnasSys door

te nemen en eventuele vragen te noteren;

4.  Uitgangspunt van de leerlingbespreking is de begeleidingsvraag van de

leerkracht. De bespreking staat in het teken van handelen niet in het teken

van leerlingproblemen. De leerkracht krijgt antwoord op de vraag hoe hij het

kind kan begeleiden zodat het kind zich volgens verwachting ontwikkelt.;

5.  De leerkracht bespreekt de leerling met de IB-er en stelt een individueel handelingsplan (IHP) op voor de leerling voor de duur van 6-8 weken.

6.  IB-er en leerkracht plannen aan het eind van de bespreking de datum van

(tussen)evaluatie.

7.  De IB-er maakt korte notities tijdens de bespreking die zij verwerkt in ParnasSys.

8.  De ouders worden op de hoogte gebracht van de inhoud van het IHP door de

Leerkracht.

 

In het IHP staan de volgende punten:

  • Het doel dat wordt nagestreefd (SMART)
  • De begeleiding door de leerkracht, de aanpak
  • Of er andere betrokkenen zijn bij de aanpak
  • Wanneer de aanpak geldt (bijv. tijdens rekenen)
  • Wat de datum van de evaluatie is

De leerkracht gaat gedurende de gestelde periode aan de slag met de uitvoering van het handelingsplan binnen de groepsaanpak en houdt aantekeningen bij van zijn bevindingen in de dagevaluaties. Op de gestelde evaluatiedatum bespreekt de leerkracht de effecten van de aanpak en of het gestelde doel is bereikt.

Er zijn nu drie mogelijkheden:
1. De aanleiding voor het aanmelden voor de leerling bespreking is niet meer geldig en de leerling ontwikkelt zich naar verwachting (afsluiten handelingsplan)
2. De begeleiding beschreven in het plan heeft het gewenste resultaat (voortzetten van de begeleiding en afsluiten van het handelingsplan)
3. De begeleiding in het plan levert onvoldoende resultaat op (overgaan naar begeleidingsfase 3)

Begeleidingsfase 3 – Multidisciplinaire begeleiding binnen de school – het zorgbreedteoverleg

Wanneer in begeleidingsfase 2 is gebleken dat bepaalde belangrijke informatie ontbreekt om tot een goede begeleiding van de leerling te komen of de handelingsplannen niet het gewenste effect hebben gehad, kan er worden besloten externe deskundigen te raadplegen. Dit kan direct met de orthopedagoog/psycholoog, de schoolarts of de ouder-kindadviseur of in een multidisciplinaire leerlingbespreking(zie ook document ZBO).

  • In deze fase is samenwerking tussen school en de ouder van essentieel belang. Zowel de school als de ouders moeten het nut inzien van mogelijk aanvullend onderzoek of advies van externen. Het is daarom belangrijk gezamenlijk een doel te formuleren en groepsleerkracht en ouders worden uitgenodigd voor het ZBO. De leerling wordt, ook bij afwezigheid van de ouders, besproken in het ZBO.
  • De begeleidingsvraag rondom de leerling wordt besproken met de orthopedagoog. Deze kan een observatie in de klas doen of indien dat een meerwaarde kan hebben een onderzoek doen. Het doel van aanvullend onderzoek is altijd het verkrijgen van handelingsadviezen waarmee de leerkracht de leerling in de groep kan begeleiden zich optimaal te ontwikkelen. Eventueel kan ook gevraagd worden om adviezen voor begeleiding door de ouders thuis. Dit kan de begeleiding van de leerling ten goede komen.
  • De ouder heeft een beslissende stem in deze fase wat betreft de toestemming voor het uitvoeren van het onderzoek.
  • Doel van onderzoek is primair:
  1. het bepalen van realistische doelen: hoe stellen we hoge doelen, maar passend bij de mogelijkheden van kind, school en ouders?
  2. het formuleren van onderwijsbehoeften en begeleidingsbehoeften: wat is er nodig bij het kind, de leerkracht, de groep, de ouder om de onderwijsdoelen te halen?
  • De orthopedagoog geeft duidelijke handelingsgerichte adviezen op basis waarvan een IHP kan worden opgesteld of een ontwikkelingsperspectief (OPP) wanneer de capaciteiten van de leerling vragen om een eigen leerlijn op één of meerdere vakken.
  • De eigen leerlijn betekent dat de onderwijsdoelen voor de leerling worden aangepast. De IB-er stelt het OPP op, de aanpak in het OPP wordt door de IB-er samen met de leerkracht opgesteld omdat de leerkracht de aanpak moet uitvoeren in de groep.
  • Het OPP wordt ter ondertekening aan de ouders voorgelegd. In het gesprek met de ouder wordt ook de consequentie van het OPP besproken in relatie tot het advies voor het voortgezet onderwijs;
  • Wanneer uit onderzoek blijkt dat een leerling kenmerken heeft van een te diagnosticeren beperking, wordt nader onderzoek geadviseerd aan de ouders en indien nodig leerlinggebonden financiering (LGF/een “rugzakje”) aangevraagd door de IB-er  na diagnose.

Route ZBO

Inbreng in het ZBO heeft alleen zin indien er een duidelijk vraag is vanuit de school en/of de ouders, die bij kan dragen aan:

  • het begrijpen van de situatie: spelen kenmerken van het kind een rol in relatie tot opvoedingsvraagstukken
  • het vinden van passende hulpverlening voor het kind en/of de ouders.

De directie is verantwoordelijk voor de bespreking in het ZBO. De intern begeleider voor het contact met de ouder, de verslaglegging in het leerling dossier, evaluatie en de formele procedure rondom onderzoek. De leerkracht is verantwoordelijk voor het aanleveren van informatie en uitvoeren van de handelingssuggesties.

Het kan zo zijn dat de uitkomsten van de onderzoeken of besprekingen voldoende handelingssuggesties opleveren om de begeleiding van het kind in de groep weer volledig op te pakken. In principe kan dan weer terug gegaan worden naar fase 1. Wanneer de handelingssuggesties echter niet matchen met de mogelijkheden van de leerkracht of de school, kan in overleg met de ouders worden besloten om over te gaan naar fase 4.

Begeleidingsfase 4 – Zorg binnen de onderwijsbegeleiding binnen de school

In fase 4 heeft de school in overleg met de ouders de conclusie getrokken dat de begeleiding die de leerkracht kan bieden binnen de groep ontoereikend is om het kind te helpen zich maximaal te ontwikkelen. De stappen binnen deze fasen hebben nog steeds tot doel het kind binnen de school de juiste begeleiding te bieden. De intern begeleider meldt de leerling in deze fase aan bij VIA (Verwijzing/Indicatie/Advies) voor de aanvraag van speciale onderwijszorg. We spreken in dit geval van zorg omdat het gaat om begeleiding die de school zelf niet kan bieden en waarvoor een indicatie nodig is van één van de daartoe ingestelde instanties, de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) of de Commissie voor Indicatiestelling (CVI) of jeugdzorg.

Begeleidingsfase 5 – Zorg binnen de onderwijsbegeleiding verwijzing andere school

Fase 5 is aan de orde wanneer alle eerdere fasen niet hebben geleid tot de juiste begeleiding van de leerling en de school geen mogelijkheden meer heeft de juiste begeleiding te bieden.

 

Scroll to top